Ellen Jansegers, zelf ook introvert, wil meer aandacht voor introversie in een extraverte wereld. Jarenlang forceerde ze zichzelf om krampachtig gesprekken te voeren en élk dansfeestje af te schuimen om ‘normaal’ te zijn. Tot dat zich wreekte. Daarover schreef ze haar nieuwste boek. Billie legt haar vijf mythes voor over in zichzelf gekeerde mensen.
Uit Het Nieuwsblad – tekst Silke Remmery
Tien jaar lang werkte Ellen (35) als communicatiemedewerker voor verschillende bedrijven. Ze zette websites op, schreef teksten voor brochures, onderhield de sociale media. De grootste uitdaging? De vele vergaderingen waarvoor ze telkens buiten haar comfortzone moest. “Ik besefte in 2015 waarom dat deel van het werk niet bij mij paste. Ik was in een postnatale depressie beland, wat toen nooit zo is benoemd. Ik voelde mij gewoon niet goed en veranderde van werk. Toen ik weer in een job terecht kwam die niet bij mij paste, en daarna nog eens. Ik voelde me een buitenbeentje. Tot ik het boek Quiet: The Power of Introverts in a World That Can’t Stop Talking van Susan Cain las, wat een openbaring was. Eindelijk besefte ik: ik ben geen roeper, geen tafelspringer. En dat is oké.” Die boodschap wil ze nu ook overbrengen aan een eerder extraverte maatschappij.
Mythe 1: introvert = asociaal
Jansegers: “Introversie associeerde ik vroeger zelf met verlegen zijn, maar dat is fout. Verlegen mensen trekken zich terug uit sociale angst. Bij introversie gaat het over energie halen uit alleen zijn. Door te lezen, wandelen, gamen of in de tuin te werken. Dat is dus niet hetzelfde als verlegenheid, al hangt het er mee samen omdat introverten vaak horen dat ze uit hun schulp moeten kruipen.
Waardoor ze zich buiten hun comfortzone forceren en net daarom verlegen worden. Ze zijn ook niet per se… Lees het artikel op nieuwsblad.be